Jongerenwerkers slaan alarm
‘Steeds meer kinderen vapen’
“Voor kinderen is het heel gemakkelijk om aan een vape te komen.” Dat zegt jongerenwerker Aynes Yildirim van R-Newt. Ze werkt in de Tilburgse dorpen Udenhout, Biezenmortel en Berkel-Enschot. “Het is achterhaald om te denken dat kinderen van elf of twaalf jaar nog niet vapen of roken.”
Een jongen van elf jaar pakt zijn fiets en doet zijn rugzak recht. Hij vertelt dat hij wel eens heeft gevapet. Een groepje oudere jongeren drong er bij hem op aan. “Ik was bang dat ze me zouden uitlachen als ik het niet deed. Ik weet ook niet wat ze kunnen doen, ze zijn ouder en met meer, dus ik deed het maar. Het gaf een gek gevoel in mijn keel.” Zijn klasgenoot, een twaalfjarige meisje heeft ook weleens gevapet. “Mijn moeder en mijn zus vapen ook. Mijn vader rookt sigaretten. We praten er niet echt over thuis. Maar ik weet wel dat het niet gezond is.”
Kinderen weten volgens Yildirim dondersgoed dat vapen slecht is. “Het begint vaak bij iets uitproberen, soms onder druk. Zeg maar eens nee in een groep, dan moet je echt sterk in je schoenen staan. Op deze leeftijd willen kinderen vooral niet buiten de groep vallen.”
Maar dat zijn volgens Aynes Yildirim van R-Newt niet de enige redenen waarom kinderen vapen. “Het is heel gemakkelijk om aan een vape te komen. Deze kinderen zijn opgegroeid met sociale media. Via snapchat of Tiktok komen ze er zo aan.”
Het begint al op de basisschool, zegt Yildirim. “Roken, vapen, blowen en drinken. Ik zie het allemaal voorbij komen. We mogen onze ogen er niet voor sluiten. Er vapen meer kinderen dan je denkt, het is meer dan een enkeling.” Niet alleen Yildirim ziet dit, haar collega-jongerenwerkers bevestigen dit aan ons. Harold van Rijswijk van R-Newt werkt in de Reeshof in Tilburg en vindt het daar nog meevallen, maar het gebeurt wel. Hij denkt dat kinderen het vooral stiekem doen.
Yildirim merkt in haar werk dat basisscholen heel verschillend met vapen omgaan. “Niet elke school besteedt er aandacht aan. Sommige schoolbesturen houden zich vast aan hun primaire taak, namelijk onderwijs verzorgen. Dat vind ik een gemis. Ik hoor ook van ouders dat ze meer handvatten willen.” Daarom organiseert ze ouderavonden samen met de GGD en Novadic Kentron om ouders voor te lichten over hoe ze het gesprek met hun kind kunnen aangaan. Deze avonden worden dan door de jongerenwerker en de andere partijen zelf geïnitieerd, niet vanuit school.
“Er zijn ouders die heel bezorgd zijn, maar er zijn er ook die de waarheid niet onder ogen zien. Die zeggen: “mijn kind doet dat niet, hij is nog veel te jong”. Helaas zie ik in de praktijk vaak iets anders.“
“Ik licht mijn meiden wel voor”, zegt een Tilburgse moeder van een tweeling in groep zeven. “Zij weten dat roken en vapen slecht is. Ik verbied het hen niet, daar heb ik ook nog niet over nagedacht. Hun vader vapet wel. Ze vinden het niet fijn dat hun vader dit doet.”
Ze zou graag zien dat voorlichting over middelengebruik structureel opgenomen wordt in het onderwijsprogramma op de basisschool. En dat ouders er ook bij betrokken worden door middel van koffieochtenden of ouderavonden bijvoorbeeld. Jongerenwerker Yildirim: “Laatst heb ik een voorlichting georganiseerd op een basisschool in Udenhout. Daar kwamen zestien ouders op af. Dat is fijn, maar een groot deel komt dan toch niet. Dat vind ik jammer.”
Ouders aan zet
Yildirim vindt dat ouders aan zet zijn. “Ouders moeten vooral het gesprek aangaan met hun eigen kind: wat vind je eigenlijk van vapen? Niet oordelen maar vooral vragen stellen en investeren in de relatie met je kind. Dat kost tijd. Interesseer je in de leefwereld van je kind. Sommige kinderen zijn bang om hun verhaal te delen, dus zeggen ze niks. Als ouder kan je leren om toch een veilige plek te creëren waar ze kunnen praten.”
Ook Charlotte van Dam, senior preventiewerker bij Novadic-Kentron, benadrukt het belang van het betrekken van de ouders. “Ouders hebben meer invloed dan ze zelf denken. Het is daarom belangrijk om ouders actief te betrekken, bijvoorbeeld via ouderavonden, schoolgidsen, websites en informatiemateriaal. Ouderavonden kunnen daarbij helpen.”
Tegelijkertijd is het volgens Van Dam belangrijk om niet alleen naar het algemene beeld te kijken. “Hoewel de meeste basisschoolleerlingen nog weinig interesse hebben in middelengebruik en hier vaak negatief tegenover staan, blijft alertheid belangrijk. Er kunnen signalen zijn bij individuele leerlingen of in hun thuissituatie. We verwijzen door naar een organisatie die jongeren en ouders kan begeleiden bij het stoppen met vapen en roken.” Ze hoopt dat ouders open staan voor advies. “Bij verschillende organisaties kunnen ouders terecht voor vragen en begeleiding.”
Heel vaak willen jongeren wel stoppen maar lukt het ze niet, ziet Yildirim.
“Ze weten dat het slecht is, maar ze hebben die verslaving en dus lukt het ze niet om te stoppen.” Behalve dat ouders en scholen aan zet zijn, ziet ze bij verenigingen ook nog kansen liggen. “Lang niet alle sportverenigingen en andere verenigingen controleren er streng op dat kinderen daar niet mogen roken of vapen. Ik zie in de praktijk dat het bij best veel verenigingen gebeurt. Terwijl ze eigenlijk een rookvrij beleid hebben.”
Deze productie is tot stand gekomen dankzij het Tilburgs Mediafonds.

