26 oktober 2024 Biezenmortel en Udenhout 80 jaar bevrijd

Udenhout en Biezenmortel hebben het 80 jarig bevrijdingsfeest gevierd met ingetogen plechtigheden in beide dorpen, georganiseerd door Erfgoedcentrum ’t Schoor. Zo werd een boek gepresenteerd over de burgerslachtoffers tijdens de bezetting (zie pag. 5 in deze Wegwijzer). Er werden bloemen gelegd op de militaire oorlogsgraven op de beide kerkhoven en op het graf van verzetsheld Willem van de Voort uit Udenhout en de al vroeg in de oorlog gesneuvelde militair Frans van de Pas uit Biezenmortel. Een najaarszonnetje, de vendelgroet van beide gilden, alsook de prachtige toepasselijke muziek van de doedelzak van Willy MacVean gaven de plechtigheden een gouden randje. Een groot aandeel in de plechtigheden bestond uit de onthulling van drie zogenaamde struikelstenen.

Het plaatsen van Struikelstenen (Stolpersteine) is een project van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig. Een over de hele wereld verspreid monument voor de slachtoffers van Nazi Duitsland. Struikelstenen zijn betonstenen van 10×10 cm met een messingplaatje aan de bovenkant. Ze worden ingemetseld in de stoep voor het voormalig woonhuis van oorlogsslachtoffers. Op het messing plaatje worden de gegevens gegraveerd van de persoon, die herdacht wordt. Als je struikelt over een steen, ben je meteen alert en wakker. De struikelstenen hebben als doel om de herinnering levend te houden aan de met een struikelsteen geëerde persoon.

In Udenhout werd ter herinnering aan Artur Köstenmann een struikelsteen onthuld op de Kreitenmolenstraat tussen de nummers 40 en 50 op de plek waar vroeger Huize Felix stond. Artur Köstenmann ontvluchtte als Joodse Christen eind jaren 30 Wenen en kwam na omzwervingen terecht bij de Zusters van Huize Felix. Zijn zoon Robert werd door zijn oma op de trein gezet naar Engeland met een door het Rode Kruis georganiseerd kindertransport en zou zijn vader nooit meer zien. Artur werd op 2 augustus 1942 gearresteerd en vond de dood in Auschwitz op 8 september. Journalist Ton de Jong vond de dochter van Robert in Spanje. Deze dochter Helen Blake en haar man waren aanwezig bij de onthulling van de struikelsteen ter nagedachtenis aan haar opa.

Op Slimstraat 66 werd door neef Jan van de Voort en overige familieleden een struikelsteen onthuld voor verzetsheld Willem van de Voort. Jan vertelde het verhaal van zijn Ome Willem, een knappe, stoere man, commandant van de Udenhoutse reserve troepen, die op 24 september 1944 opgepakt werd op verdenking van het verbergen van wapens en munitie. De vrouw van Willem, tante Miet, kreeg pas in september 1947 te horen dat haar man op de dag van zijn arrestatie gefusilleerd en begraven was bij de Willem II kazerne in Tilburg. Later kreeg Willem een graf op het Udenhoutse kerkhof.

In Biezenmortel op Capucijnenstraat 56, voor de voormalige boerderij van familie van de Pas, werd door nazaten van Leo Hartogs een struikelsteen onthuld. Leo Hartogs en zijn vrouw Helene, afkomstig uit Oss, kwamen door bemiddeling van de Paters Kapucijnen in Biezenmortel terecht. Zij werden uiteindelijk gearresteerd en Leo overleed aan ontberingen in Bergen-Belsen, 1 maand voor de bevrijding. Zijn vrouw overleefde de oorlog ternauwernood en werd herenigd met haar dochter Anni.  Anni bleef na de oorlog contact houden met de familie van de Pas en de kinderen van de Pas waren bij de onthulling aanwezig.

Door alle herdenkingen hopen de organisatoren van de plechtigheden de herinnering levend te houden voor toekomstige generaties.

 

Tekst: Nelleke Sträter, de Wegwijzer
Foto’s: Pieter Michielsen, de Wegwijzer/Udenhout-Centraal.nl

Toen Wim zes jaar werd, kreeg zijn vader zes kogels

Wim Weijtmans werd op de dag, dat Nederland bevrijd werd, zes jaar. Hij woonde toen, met zijn ouders, broers en zussen, op het adres Berkelseweg 5 te Udenhout. Maar de dag van de bevrijding was voor de familie Weijtmans zeker niet alleen maar een feestdag. 
Het begon ermee dat de leden van de Udenhoutse brandweer werden gealarmeerd, omdat een aantal huizen in brand was geschoten. O.a. betrof dit de boerderijen van Swaans en Martens, allebei in de buurt van ‘t Gommelen.
De vader van Wim, Kees, haastte zich naar de brandweerkazerne (naast het huidige raadhuis). Hij deed dat te voet, zoals de meeste brandweerlieden. De Duitsers hadden immers heel veel fietsen gestolen. Gelukkig gold dat niet voor de brandweerwagen, hoewel de bezetters die ook wilden vorderen.
Toen Kees bij de hertenwei aankwam (het huidige Tongerlooplein), trof hij daar een groep Duitse soldaten. Ze waren op de vlucht voor de naderende Geallieerden en kennelijk in paniek. Dat zal Kees ook wel beangstigd hebben. In elk geval; hij probeerde zich te verbergen achter een boom. Hierna werd hij beschoten met een automatisch wapen. Liefst 30 kogels kwamen terecht in de boom, maar het noodlot trof helaas ook Kees. Zes kogels doorzeefden zijn been tussen knie en lies.

De Duitsers vluchtten verder en lieten Kees liggen. Creperend van de pijn en hevig bloedend kroop deze vervolgens naar het huis van Hogendoorn (de vader van Christ), omdat hij wist dat Hogendoorn EHBO’er was. Daar heeft Kees provisorisch eerste hulp gekregen, waarna hij op de bakfiets van Piet Haen, naar dokter Gosens werd gebracht. De dokter heeft Kees zo goed mogelijk behandeld. Hij hoefde geen kogels meer te verwijderen, want ze waren alle zes dwars door het been gegaan. Het bleek al snel dat Kees zijn beroep van boomrooier niet meer goed kon uitoefenen. Hij kon niet meer met klimsporen in een boom klimmen.
Gelukkig kreeg Kees van de brandweerverzekering (hij was immers ook brandweerman) een uitkering, maar dat heeft niet lang geduurd. Een klein jaar na de bevrijding was er brand bij de Udenhoutse steenfabriek St. Joseph. Kees klom op het dak van de fabriek. Hij verwijderde de nokpannen en spoot het bluswater tussen het dakbeschot en de pannen. Mede daardoor viel de schade wel mee. De krant had foto’s genomen van de brand. Die werden ook gepubliceerd. Duidelijk was daarop te zien dat Kees Weijtmans boven op het dak van de brandende fabriek stond.
En die foto zag men ook bij de verzekering van de brandweer. “Jij kunt dus wel klimmen,” was de conclusie en het was afgelopen met de uitkering.

De kleine Wim Weijters weet nog, dat hij de Duitsers zag vertrekken via de Slimstraat. Dat maakte op hem extra indruk omdat ze zijn oudste zus Anna meenamen, alsmede buurjongen Hannes Mol. Anna en Hannes moesten de vluchtende soldaten de weg wijzen naar veiliger gebied. Ter hoogte van ‘De Hemeltjes’ werden de twee weer vrij gelaten. Vrij snel hierna zag Wim de Engelsen Udenhout binnen komen via de Berkhoek en de Berkelseweg. Hij weet nog dat ze o.a. witte mik uitdeelden. “Nog nooit zoiets gezien,” zegt Wim.
Hij heeft nog meer bijzondere herinneringen. Zo vertelt hij dat ze thuis een grote notenboom hadden. “Eén forse tak hing over de straat. Daar hebben zowel de Duitsers als later de Engelsen gebruik van gemaakt om de koepel van hun tanks te kunnen lichten.”

Wim vertelt ook nog het verhaal van de beschieting door de Geallieerden van een Duitse munitietrein. De rails van het spoor werden zelfs doorboord. De brand die toen ontstond, werd bestreden door de Udenhoutse brandweer, waarbij brandweerman Dekkers is omgekomen. Wim weet niet meer of dit het gevolg was van een ongeluk òf van oorlogsgeweld.
“Mijn vader heeft ook in het verzet gezeten,” vertelt Wim nog, min of meer tussen neus en lippen. “Daarvoor heeft hij ook een getuigschrift ontvangen. Wij als kinderen wisten niet dat hij ondergronds actief was, maar onze moeder heeft dat natuurlijk wel geweten.”

Wim woont thans in de Kreitenmolenstraat, vlakbij de boomrooierij die hij mede groot heeft gemaakt en die nu wordt voortgezet door zijn zoon Kees. En jawel; Kees is genoemd naar opa Kees.

 

Tekst: Jan de Kort
Foto’s: Fam. Weijtmans en Pieter Michielsen, De Wegwijzer/Udenhout-Centraal.nl  

Herdenkingsconcert

Vanuit de donkere oktoberavond wandelen vrijdagavond vele dorpsgenoten het feestelijke licht van de Lambertuskerk binnen. Symbool van de 80 jarige bevrijding van Udenhout en Biezenmortel na 5 donkere oorlogsjaren. De bezoekers, waaronder Burgemeester Weterings en zijn echtgenote, en de heer Keith Allen, plaatsvervangend ambassadeur van het Verenigd Koninkrijk en Noord Ierland, zijn samengekomen om te gedenken in het kader van “Wij herdenken en vieren 80 jaar vrijheid”. 

Het Zuid Nederlands Kamerkoor,  onder leiding van Rowan van der Westen, met mooie orgelbegeleiding van Arjan Veen, levert een prachtig uitgevoerde muzikale bijdrage aan het programma. Tussen de prachtige muziekstukken door leest Yvonne van Kempen van Erfgoedcentrum ’t Schoor de namen voor van de Amerikaanse, Britse en Canadese militairen, die hier in onze dorpen tijdens de tweede wereldoorlog zijn gesneuveld voor onze vrijheid. Een bijna eindeloze lijst van jonge mannen, twintigers, die in de bloei van hun leven zijn omgekomen.

“Er bestaan geen soldaten” leest dichter Martin de Ruijter voor, “moeders bestaan en kinderen, die opgroeien tot zonen, met handen om te werken, te strelen, groeten, zwaaien”. Kinderen en moeders, die het verdriet en verlies van wat de oorlog met zich meebrengt hun hele leven met zich meedragen.

Yvonne van Kempen herdenkt ook de burgerslachtoffers uit onze dorpen door hun namen te noemen. Dorpsgenoten die nog gekend zijn door familieleden en vrienden, al is het alleen al uit verhalen. Ook de ondergedoken Joden, die de oorlog niet overleefd hebben, krijgen een naam.

Het Zuid Nederlands Kamerkoor sluit het samenzijn af met het  Requiem Opus 9 van Maurice Duruflé, uitvoering met orgel, met medewerking van mezzosopraan Danielle Buijck en bariton Marcel van Dieren. Het mooie Requiem wordt prachtig uitgevoerd. Een hele mooie afsluiting van een indrukwekkende herdenkingsbijeenkomst.

Tekst: Nelleke Sträter, de Wegwijzer
Foto’s: Joris Sträter

Wij herdenken en vieren

Dit is de titel van het boekje dat alle leerlingen van groep 8 krijgen na de presentatie van Sandra van Dam. Zij werkt bij Stadsmuseum Tilburg en een van haar taken is educatieve presentaties geven aan scholen. Om de 80 jaar bevrijding te gedenken heeft Erfgoedcentrum ’t Schoor samen met de leerkrachten van groep 8 van de Wichelroede en De Mortel een programma bedacht om de kinderen bij dit heugelijke feit te betrekken. De presentatie van Sandra vormt de inleiding bij de verdere activiteiten: Bezoek aan de oorlogskamer van Erfgoedcentrum ‘t Schoor, het bekijken en praten over de Struikelsteen die bij Felixhof gelegd is en het bezoeken van de oorlogsgraven op het kerkhof van Udenhout. 80 jaar bevrijding, dat is voor kinderen van 12 al heel lang geleden. Toch is het een deel van de geschiedenis die nog leeft en waarvan ook nog dingen in Udenhout zijn terug te vinden. Sandra geeft een interactieve presentatie, ze vertelt, bevraagt, legt uit heeft alle aandacht en betrekt iedereen die zijn vinger op steekt. Het is opvallend hoeveel de leerlingen weten van de oorlogen die nu spelen en waarvan ze dagelijks beelden op de televisie zien. Ook de Eerste en de Tweede Wereldoorlog is bekend. Oorlog speelt bij deze leeftijd dus echt. Op een soepele manier vlecht Sandra datgene wat de kinderen weten en wat ze hun wil meegeven in elkaar.

Uiteindelijk gaat ze praten over wat de Tweede Wereldoorlog voor gevolgen heeft gehad voor de mensen van Udenhout. Wij zijn er relatief gezien goed afgekomen. Op de vraag wie iets weet van verhalen uit de familie komen verrassende opmerkingen:
“Mijn opa zijn fiets was door de Duitsers gestolen maar die is hij dezelfde dag nog terug gaan halen”. ”Mijn overgroot opa en oma zijn uit Polen komen vluchten en die woonden toen in Udenhout”, “Ik ben een Joods meisje”. “Volgens mij hadden mijn opa en oma ook onderduikers”.

Een aantal gevolgen op een rijtje: Verduistering, alle ramen moeten worden afgedekt zodat er geen licht naar buiten komt, koplampen afdekken door een heel klein gaatje kun je nog iets zien, alles op de bon, inkwartiering van Duitse soldaten, de avondklok, gebruik van een knijpkat i.p.v. een zaklamp, inleveren van koperen en nikkelen voorwerpen om van dat metaal weer munitie te kunnen maken enz. geen gevaarlijke en enge dingen maar je moest wel doen wat er gezegd werd. Jongens die in Duitsland moesten werken en die niet wisten wanneer ze weer terug konden komen. In Udenhout zijn ook een aantal “oorlogsmonumenten”. In het kapelletje staan de namen van degenen die gestorven zijn ten gevolge van de oorlog. Het kapelletje is gebouwd uit dankbaarheid. Bij Bosch en Duin is een schaal die de tranen opvangt van de familie van de slachtoffers die doodgeschoten zijn. Er zijn verzetsmensen omgekomen en we weten nog steeds niet waar die begraven zijn. Het plaatsen van de struikelstenen is eigenlijke ook een nieuw monument. Aandenken aan degenen die hier gewoond hebben.

Het was een boeiende morgen waarbij goed geluisterd werd. Het boekje Wij herdenken en Vieren wordt in de klas nog behandeld en zal zeker nog meer kennis op leveren. Kortom een boeiend programma rond een belangrijke gebeurtenis. 
Voor de school liggen vier stenen in de vorm van een ster met de namen van kinderen van groep 8 die van school af zijn. Geen struikelstenen maar “doorstapstenen”. Zij hebben nog een hele toekomst voor zich en daar moeten we dankbaar voor zijn. 


Tekst en foto’s: Nel van Iersel, De Wegwijzer

Een militaire colonne doet vanuit Tilburg ook Udenhout en Biezenmortel aan

Er kwam zondagochtend geen eind aan de militaire colonne die, in verband met de festiviteiten rondom de 80-jarige bevrijding, door Udenhout en Biezenmortel trok.

Op het moment dat er een 80-tal verkeersregelaars op motoren via de Kuil het dorp in kwamen rijden, wist je dat er iets groots aan zat te komen. Op een aantal stukken langs de route verzamelden zich al een aantal groepjes belangstellenden die deze colonne graag aan zich voorbij wilden zien trekken. De zijstraten werden afgezet en de eerste legergroene voertuigen kwamen in zicht.

Claxonnerende voertuigen kwamen in een lang lint door de dorpen.
In Udenhout via de Kuil, Slimstraat, Van Heeswijkstraat, waar op de hoek met de Zeshoevenstraat een kwartiertje stil werd gestaan zodat de belangstellenden de voertuigen eens goed konden bekijken. Daar stond ook een doedelzakkorps opgesteld om de sfeer nog maar eens extra te verhogen.
Na dat kwartier gingen de 105 (!) legervoertuigen (en dan tellen we de motorrijders nog niet eens mee) weer rijden om via de Zeshoevenstraat, Kreitenmolenstraat en Groenstraat koers te zetten richting Biezenmortel waar in de Capucijnenstraat even halt werd gehouden om ook de inwoners van Biezenmortel de gelegenheid te geven de grote variëteit aan voertuigen eens goed te bekijken.

Veel toeschouwers waren onder de indruk van deze lange colonne en waren blij dat ze de moeite hadden genomen even een kijkje te hebben genomen.

 

Tekst en Foto’s:
Pieter Michielsen, De Wegwijzer/Udenhout-Centraal.nl  

Lampionnentocht trekt door de Udenhoutse straten

De tweede editie van de Lampionnenoptocht telde zaterdagavond 26 oktober maarliefst 159 deelnemers in de leeftijd van 0 tot 80 jaar.
Een grote groep vrijwilligers van de OVU (Ondernemers Vereniging Udenhout), die deze lampionnenoptocht organiseert stonden klaar om alles in goede banen te leiden.
Het evenement is mede mogelijk gemaakt door een financiële bijdrage uit de bewoners subsidiepot van de dorpsraad.
Aan het einde van de wandeltocht kregen alle deelnemers lekkere warme chocolademelk en een stukje Udenhoutse broeder (beschikbaar gesteld door Bakkerij Besselink).
Volgend jaar zal deze ‘lichtsnoer’ weer door het dorp trekken. Ben jij er dan weer bij?
En vergeet niet het kaartje te bewaren voor de lichtjesoptocht tijdens carnaval!


Tekst/foto’s: Pieter Michielsen, De Wegwijzer/Udenhout-Centraal.nl  

Herman Rooney onderscheiden tijdens jubileum BCU

Op 26 oktober werd het 40 jarig jubileum van Bridge Club Udenhout gevierd. Vrijwel iedereen van de 90 clubleden was aanwezig tijdens een feestelijke en verrassende middag in ‘t Plein. Het begon al met burgemeester Theo Weterings die, direct na het openingswoord van voorzitter Huub Hannen, de zaal kwam binnen stappen. De burgemeester kwam niet mee bridgen en hij kwam ook niet primair voor de jubilerende club.
Toen de gordijnen van het podium open schoven, bleek al snel wat de reden was van de komst van de heer Weterings. Op het podium had zich, muisstil voor de BCU-leden in de zaal, een 25 tal mensen opgesteld. Ze waren allemaal familie, vriend of goede kennis van Herman Rooney, die zelf in de zaal zat en verbluft het schouwspel op de Bühne bekeek. Dat duurde maar kort. Herman werd gevraagd naar voren te komen, waarna de burgemeester er voor zorgde dat hij het middelpunt werd van de feestelijkheden.
In zijn toespraak benoemde de heer Weterings niet alleen de vele en langdurige verdiensten van de heer Rooney voor BCU. Uitvoerig werd ook stil gestaan bij de grote betekenis die Herman heeft of heeft gehad voor de golfsport (Golfvereniging Dongen/‘t Vossenhol), de biljartsport (het Udenhoutse KTK) en voor de ‘Hulpcentrale Udenhout/Berkel-Enschot’.
Voor al zijn verdiensten werd de heer Rooney benoemd tot lid in de Orde van Oranje Nassau. Daar was heel BCU het van harte mee eens, want spontaan werd massaal het ‘Lang zal hij leven’ ingezet.

Voorzitter Hannen sloot zich graag bij deze huldeblijken aan, waarna hij vervolgde met een korte bloemlezing uit de geschiedenis van BCU. Daaruit bleek dat de club een beetje sjoemelt met zijn / haar leeftijd. Op 1 december 1983 werden namelijk al de eerste leden ingeschreven, maar eind oktober 1984 werd de club pas officieel opgericht. Tja, zo blijf je wel jong…
BCU had achtereenvolgens zijn/haar thuishonk in het Zolderke, ‘t Centrum en ‘t Plein. Met name in de periode van de overgang van Zolderke naar Centrum kende de club een enorme bloei qua ledental. Er waren toen maar liefst zo’n 200 mensen in ons dorp, die bridgen in clubverband beoefenden.
“Veertig jaar geleden lag de gemiddelde leeftijd van de clubleden ergens in de 30,” vertelt Huub “en nu is dat gestegen naar zo’n 73 jaar. Maar toch zijn we een actieve en levendige club gebleven. Leeftijd is immers slechts een getal.”
Die laatste zin werd ook uitgesproken bij de huldiging van de 83-jarige, nog altijd super actieve, kersverse decorandus Herman.“Bridgen houdt ons immers jong,” zegt voorzitter Huub. En om dat te benadrukken zet hij het jongste èn het oudste lid van zijn jubilerende club in de bloemen.

Hoe ging het de rest van de feestmiddag?
Natuurlijk is er bij BCU geen echte feestmiddag als er ook niet gebridged wordt. En dat gebeurde dan ook. Maar tussendoor vond er nòg van alles plaats; van een walking dinner tot muziek. Leeftijd is immers slechts een getal voor een actieve, levendige club.

 

Tekst: Jan de Kort, De Wegwijzer
Foto’s: Fotografie Simone, namens De Wegwijzer  

Maak foto’s tijdens een race tegen de klok, in de eerste PhotoRace Udenhout

Op zaterdag 2 november van 11:00 tot 18:30 uur krijg je op 3 verschillende locaties, 4 verschillende thema’s waar je foto’s van gaat maken. Een wedstrijdje met jezelf om voor de eindtijd per thema 3 foto’s gemaakt te hebben. Op de vierde en laatste locatie klok je uit en kun je samen met anderen deelnemers rustig bijkomen en je ervaringen delen. Of wellicht al je favoriete foto’s klaar te maken voor de inzending.

In de mooie omgeving van Udenhout daag jij jezelf uit om op 1 dag 12 verschillende foto’s te maken aan de hand van 4 thema’s. Deze activiteit is geschikt voor iedereen die het leuk vindt om met fotografie bezig te zijn. Of dit nu met een digitale spiegelreflexcamera, je telefoon of een systeemcamera is dat maakt niet uit. Je bent van harte welkom om mee te doen. De deelname kosten zijn € 10,- per persoon. Al ben je jong of oud; iedereen is welkom. En doe gezellig mee.

Verken met de auto, fiets, scooter of wandelend Udenhout en omgeving door deel te nemen aan de PhotoRace Udenhout. Pak deze leuke kans aan om al navigerend van checkpoint naar checkpoint je creatieve grenzen te verleggen en je eigen vaardigheden aan te scherpen.

Durf jij op verkenning te gaan in
Udenhout en omgeving om op
plaatsen, locaties en plekken te
komen, die je door een andere bril
gaat bekijken en vanuit een andere
invalshoek dé winnende foto te maken?

De wedstrijd is niet alleen met jezelf tegen de tijd. Maar ook tegen de inzendingen van alle andere deelnemers. Je stuurt namelijk je deelnemende foto’s in voor zondag 3 november 13:00 uur.
In de periode tussen 4 en 30 november komt de 5 koppige jury bijeen om de anoniem ingestuurde foto’s te beoordelen. In de eerste week van december worden de winners bekend gemaakt.

De PhotoRace Udenhout biedt een unieke kans om in contact te komen met collega-fotografieliefhebbers die een passie voor straat-, dorp- en stadsfotografie delen. Of het nu vóór de race, bij controleposten of na het evenement is, er is voldoende tijd om gesprekken te voeren, te ontspannen en inzichten uit te wisselen met collega’s.

Tekst: PhotoRace Udenhout
Foto: Henny Schilders, De Wegwijzer

Er was nog een vuurgevecht niet ver van ons huis

Riet Beerens woonde tijdens de bevrijding op “’t Voorste Winkel”. Het buurtschap, dat nu bij Biezenmortel hoort, maakte 80 jaar geleden deel uit van Udenhout. Gelukkig was het er in het algemeen rustig gedurende de oorlog. En er was ook geen reden om aan te nemen dat er bij de bevrijding gevaarlijke dingen zouden gebeuren. Toch liep dat bijna anders.
Een peloton Duitse militairen vluchtte vanaf “’t Endeke” in de Groenstraat via een karrespoor (dat daar toen liep) naar ‘t Winkel. Maar daar vlakbij werden de Duitsers onverwacht ròch geconfronteerd met geallieerde troepen. Engelse tanks en pantserwagens rukten namelijk niet alleen op vanuit Helvoirt, maar ook vanaf Assisië. Deze laatste troepen troffen de Duitsers niet ver van de Winkelsestraat. Er volgde een kort, hevig vuurgevecht. Gelukkig zagen de Duitsers snel het hopeloze van hun situatie in en maakten ze rechtsomkeer. Waarschijnlijk is deze eenheid vervolgens terecht gekomen aan de duinwal. Hier hebben de Duitsers nog een drietal dagen stand gehouden.
“Het had dus ook helemaal anders met ons af kunnen lopen,” zegt Riet, “als de Duitsers iets verder waren geweest en de Engelsen wat minder ver. Dan hadden we zo maar midden in het oorlogsgeweld kunnen zitten.”
Het gezin Beerens (vader, moeder, drie kinderen en hun knecht Jan van der Loo) zat tijdens het hierboven beschreven vuurgevecht in hun schuilkelder.
“En toen waren er de Engelsen”, herinnert Riet zich. Jan van der Loo hoorde als eerste de Engelse soldaten praten. Hij vloog meteen de schuilkelder uit met het gezin Beerens achter hem aan. Jan ging ook gelijk om sigaretten vragen bij de voorbijrijdende militairen. Waarschijnlijk wist hij al via de radio, dat de bevrijders ook allerlei lekkers bij zich hadden, dat de bezette Nederlanders jarenlang hadden moeten ontberen. Die radio moest natuurlijk tijdens de oorlog wel verborgen blijven. Het apparaat kon enorme problemen veroorzaken, als de Duitsers ontdekten dat je er een had.
In ‘t Winkel had men wel re maken met Duitsers, die fietsen, paarden en andere waardevolle zaken vorderden, maar het gezin van Toontje Beerens heeft daar niet veel last van gehad. Er is in die periode in ‘t Winkel ook een vliegtuig neergestort. Vrijwel zeker is dat een geallieerd toestel geweest, maar dat weet Riet niet meer. Ook weet ze niet of de boerderij van Jo van Rooij in hun buurt, toentertijd afbrandde door oorlogsgeweld of door een andere oorzaak, zoals bijvoorbeeld de bliksem.
Wèl weet de toen 10 jarige Riet nog goed, dat ze elke dag te voet naar Udenhout naar school moest lopen. ‘t Winkel hoorde immers bij Udenhout en alle kinderen die er woonden, mochten niet naar school in het dichterbij gelegen Biezenmortel. “We bleven ‘s middags ook over in Udenhout”, zegt Riet, “en we aten daar onze boterhammen.” Riet kan zich niet herinneren, dat de kinderen toen in de onzekere dagen rond de bevrijding, thuis zijn gebleven van school.
Vele jaren na de bevrijding trouwde Riet met Sjef Mallens, met wie ze vier kinderen kreeg. Ze woont thans in een fijn huis in Udenhout met een heel mooie tuin. Ondanks haar 90 jaar houdt ze die tuin nog volledig zelf bij.


Tekst: Jan de Kort

Foto’s: Henny Schilders en familie Mallens – Beerens

 

Parochiespeld

Als in de dorpsquiz de vraag gesteld zou worden: ”wie poetst de kerk” zouden veel kandidaten waarschijnlijk het antwoord schuldig blijven. Toch zijn er dames die dit al jaren achter elkaar doen. Namens de Wegwijzer werd ik uitgenodigd om de uitreiking van de gouden parochiespeld bij te wonen. Joke van Balkom en Sjaan Wouters die al meer dan dertig jaar deze taak vervullen komen hier ruimschoots voor in aanmerking.

Als de parochies van Udenhout, Berkel-Enschot en Biezenmortel gaan samenwerken krijgen een nieuwe naam: Johannes XXIII parochie.
Omdat de kerk vaak afhankelijk is van vrijwilligers die de parochie ondersteunen bedachten ze de gouden parochiespeld. 
Het is bijna onbegonnen werk om de vrijwilligers die heel veel voor de gemeenschap doen op een bijzondere manier te bedanken, de waardering te laten voelen. Deze gouden speld is daar dus voor in het leven geroepen.
Het is een klein prachtig speldje passend bij mensen die meestal zelf vinden dat hun werk niet zoveel voorstelt.
Het werd een feestelijke bijeenkomst in de grote zaal van de pastorie. Koffie, appelflappen en veel pratende dames. Bijna alle vrijwillige poetssters zijn aanwezig, ook de tuinmannen en de koster geven acte de presence. Er zijn meerdere groepjes die om de drie weken de stofdoek weer laten wapperen. Ze poetsen de banken, stofzuigen de vloer enz. Als je dertig jaar om de 6 weken komt werken ben je er dus ruim 200 keer geweest.
Om de band tussen de dames goed te laten blijven is er een keer per jaar een vrijwilligersbijeenkomst en iedere week een kopje koffie na afloop.
Pastoor van Sprang en pastoor Looyaard hebben jaren een parochiehuishoudster gehad. De pastoor spreekt voor het overhandigen van de onderscheiding een woord van waardering.

Ik citeer “De vrijwilliger in een parochie is niet alleen nodig voor het vele werk, de vrijwilliger maakt mede de rijkdom van de geloofsgemeenschap, de rijkdom van de kerk uit. Het brengt niets op, maar je wordt er wel rijker van“.

Om nieuwe mensen te vinden die dit werk ook in de toekomst voort willen zetten zijn er 1200 brieven de deur uitgegaan. Ook de tuinmannen zitten te springen om aanvulling.
Mochten er mensen zijn die deze vrijwilligersgroep aan willen vullen dan zijn ze van harte welkom. 
Vroeger leerde je dat als je veel goede dingen voor anderen deed je hoog in de hemel kwam. Ik ben er dan ook heilig van overtuigd dat er een plaatsje is gereserveerd voor Joke en Sjaan.

Tekst/foto’s: Nel van Iersel, De Wegwijzer