Parochiespeld
Als in de dorpsquiz de vraag gesteld zou worden: ”wie poetst de kerk” zouden veel kandidaten waarschijnlijk het antwoord schuldig blijven. Toch zijn er dames die dit al jaren achter elkaar doen. Namens de Wegwijzer werd ik uitgenodigd om de uitreiking van de gouden parochiespeld bij te wonen. Joke van Balkom en Sjaan Wouters die al meer dan dertig jaar deze taak vervullen komen hier ruimschoots voor in aanmerking.
Als de parochies van Udenhout, Berkel-Enschot en Biezenmortel gaan samenwerken krijgen een nieuwe naam: Johannes XXIII parochie.
Omdat de kerk vaak afhankelijk is van vrijwilligers die de parochie ondersteunen bedachten ze de gouden parochiespeld.
Het is bijna onbegonnen werk om de vrijwilligers die heel veel voor de gemeenschap doen op een bijzondere manier te bedanken, de waardering te laten voelen. Deze gouden speld is daar dus voor in het leven geroepen.
Het is een klein prachtig speldje passend bij mensen die meestal zelf vinden dat hun werk niet zoveel voorstelt.
Het werd een feestelijke bijeenkomst in de grote zaal van de pastorie. Koffie, appelflappen en veel pratende dames. Bijna alle vrijwillige poetssters zijn aanwezig, ook de tuinmannen en de koster geven acte de presence. Er zijn meerdere groepjes die om de drie weken de stofdoek weer laten wapperen. Ze poetsen de banken, stofzuigen de vloer enz. Als je dertig jaar om de 6 weken komt werken ben je er dus ruim 200 keer geweest.
Om de band tussen de dames goed te laten blijven is er een keer per jaar een vrijwilligersbijeenkomst en iedere week een kopje koffie na afloop.
Pastoor van Sprang en pastoor Looyaard hebben jaren een parochiehuishoudster gehad. De pastoor spreekt voor het overhandigen van de onderscheiding een woord van waardering.
Ik citeer “De vrijwilliger in een parochie is niet alleen nodig voor het vele werk, de vrijwilliger maakt mede de rijkdom van de geloofsgemeenschap, de rijkdom van de kerk uit. Het brengt niets op, maar je wordt er wel rijker van“.
Om nieuwe mensen te vinden die dit werk ook in de toekomst voort willen zetten zijn er 1200 brieven de deur uitgegaan. Ook de tuinmannen zitten te springen om aanvulling.
Mochten er mensen zijn die deze vrijwilligersgroep aan willen vullen dan zijn ze van harte welkom.
Vroeger leerde je dat als je veel goede dingen voor anderen deed je hoog in de hemel kwam. Ik ben er dan ook heilig van overtuigd dat er een plaatsje is gereserveerd voor Joke en Sjaan.
Tekst/foto’s: Nel van Iersel, De Wegwijzer




Ze hebben in feite een hele feestweek gehad vertellen ze. Marijn, met zijn vrouw, drie kinderen, hun partners en hun kleinkind zijn voor het feest overgekomen uit Canada. Omdat ze op verschillende momenten arriveerden was er voortdurend een verwelkoming met gezinsleden en bijpraten en genieten van elkaar. Bijzonder om hun eerste achterkleinkind in de armen te houden.
Starten waar de energie zit

Van Dana en Bram leer ik dat schapen met een herder in Nederland meestal niet voor de wol of het vlees gehouden worden, zoals in andere landen. Schapen worden ingezet als begrazers van natuurgebieden in opdracht van bijvoorbeeld Natuurmonumenten, Brabants Landschap, de Gemeente Tilburg. De schapen houden het natuurgebied open. Bram en Dana lopen op dit moment als ZZP-er in opdracht van De Lachende Ooi met ongeveer 250 schapen op de Cartierheide bij Hapert (Bram), en op de Lanschotse heide bij Middelbeers (Dana). De omgang met de dieren is volgens Dana en Bram in ieder land anders. In Engeland bijvoorbeeld worden de schapen niet permanent begeleid door een herder. Op gezette tijden rijdt daar een herder op een quad door de natuurgebieden voor een snelle controle.
‘s Morgens voor half 8 zijn Bram en Dana bij hun kudde en laten ze de schapen vrij uit het zogenaamde nachtraster. Daarbij kunnen ze de dieren een voor een controleren. (Dat was vooral afgelopen zomermaanden belangrijk, toen de kuddes geraakt werden door het blauwtongvirus). Vervolgens gaan de schapen met de schaapherder de hei op. De herder kan daarbij niet zonder de hulp van de herdershond. Schaapherders zijn dan ook erg zuinig op hun honden. De honden leggen soms wel afstanden af van 40 kilometer per dag!
Jan van Groenendaal is thans 88, maar hij vertelt nog altijd met trots hoe zijn vader 80 jaar geleden de Duitsers regelmatig te slim af is geweest. Jan woonde met zijn ouders, broer en vijf zussen op het eind van de oorlog in een langgevelboerderij aan de Houtsestraat, vlakbij de Loonse Molenstraat.



