Met de stichting van SKU werd karnaval in Udenhout overkoepelend, officieel en openbaar
55 Jaar geleden was de tijd heel anders. En dat geldt zeker ook voor de karnavalstijd. De Udenhouters vierden wel een beetje karnaval, maar dat deden ze alleen binnen; in café’s of zalen. Óf ze gingen het dorp uit.
Optochten; buiten dweilen en hossen; een ontvangst op het gemeentehuis; aktiviteiten voor jeugd of bejaarden… het was er allemaal niet bij. Net zoals bijvoorbeeld in Tilburg, was ook in Udenhout de geestelijke en wereldlijke overheid behoorlijk terughoudend. “Wat moeten we met die zottigheid en dat geslemp? Weg ermee!. Houd oe eige beter aan het dertig-uurgebed of gao toch liever pesjonkelen…!”
Het enige dat min of meer werd gedoogd, waren de kinderen die met Vastenaovond met unne vèrkensblaos of unne rommelpot langs de deuren gingen. “Vrouwke, ‘t is vastenaovond…”, zongen ze dan in de hoop als tegenprestatie snoep te krijgen.
In de loop van de ‘50-er jaren van de vorige eeuw werden de eerste besloten (!) karnavalsbals in Udenhout georganiseerd. Het mannenkoor ‘Oefening en Vermaak’ en de toneelclub D.V.O. waren de initiatiefnemers. Bij deze laatste club was de directeur van de Udenhoutse melkfabriek, Driek Janssen, aangesloten. Als Limburger zat het karnavalsvirus in zijn aderen. Hij kon dus niet anders dan een grote stimulans leveren aan de ontwikkeling van karnaval in ons dorp. In 1958 kreeg Udenhout voor het eerst een (niet-officiële) prins; Frans Schoonus. In de daaropvolgende jaren waren er ook steeds prinsen: Rien van den Bosch, Jan Elands en -opnieuw- Frans Schoonus. Het karnaval werd jaar-na-jaar ook groter. De prins kreeg ‘n prinses, ‘n adjudant en geleidelijk aan ook een Raad van Elf (aanvankelijk had men echter niet eens uniforme kleding voor alle raadsleden). Het feest werd ook niet meer beperkt tot één avond per jaar (kanavalszaterdag), maar werd geleidelijk uitgebreid naar meer avonden. Ook de organisatie werd breder. Naast de hierboven genoemde verenigingen gingen ook SvSSS, DOS, de tafeltennisclub, de KJM (jonge middenstand) en de KPJ (plattelandsjongeren) mee doen. Voorts zorgde de Harmonie voor de eerste Boerenkapel en doken de eerste dansmariekes op in het Prinselijke gevolg.
Vanaf 1960 werd het feest ook steeds meer (aanvankelijk heel voorzichtig) op straat gevierd en in 1963 leidden al deze ontwikkelingen zelfs tot de oprichting van een echte karnavalsvereniging, De Zaandhaozen, die toen hun thuishaven hadden in ‘Café De Schol’.
Op 19 januari 1968 wordt, vooral op initiatief van ‘Udenhouts Belang’, het ‘Comité Carnaval Udenhout’ opgericht. De voorzitter van Udenhouts Belang, gemeentesecretaris Willy Mulder, wordt ook voorzitter van het nieuwe Comité. Ook Mulder is, naast Janssen en anderen, een groot stimulator geweest van de ontwikkeling van ons Karnaval. In 1968 organiseerde het ‘Comité Carnaval Udenhout’ het eerste openbare Udenhoutse karnaval. Onder andere betekende dit dat de nieuwe prins van 1968, Acremendo I (Ad van Rijsewijk), officieel op het gemeentehuis ontvangen werd en de dorpssleutels kreeg overhandigd. Vanaf toen heet Udenhout tijdens de karnavalsperiode “D’n Haozenpot”. Later kreeg het Carnavalscomité nog een andere naam “Udenhouts Buitengebeuren”.
In 1969 volgt een zwarte bladzijde in de Udenhoutse kanavalsgeschiedenis. Er vindt een schisma plaats bij ‘De Zaandhaozen’. Een deel van hen gaat naar “De Schelf”; een ander deel blijft trouw aan “De Schol”. Deze laatsten richten een nieuwe vereniging op onder de naam “De Haozenstèrtjes”. Dat kan natuurlijk tot problemen leiden. Tot nu toe waren Prins en Raad sterk verbonden met ‘De Zaandhaozen’. Maar hoe moet dat in de toekomst? Krijgen we straks een Raad van De Zaandhaozen en een van De Stèrtjes? Onder wiens verantwoordelijkheid vallen de optochten? En zo waren er nog wel meer heikele zaken.
Het comité Buitengebeuren wilde dit soort ontwikkelingen voorkomen en de verenigingen waren het daar wel mee eens. Bovendien moest een toekomstige overkoepeling een goed, stevig, juridisch en financieel fundament hebben. Uiteindelijk werd een Stichting in het leven geroepen teneinde een goede structuur te bouwen voor het ‘Haozenpotse’ karnaval. Op 9 november 1970 was de Stichting SKU een feit. Het karnaval van 1971 was het eerste karnaval dat onder de vlag van de nieuwe Stichting plaatsvond. Prins was toen (nog steeds) Acremendo I.
Onder SKU is in de loop der tijd veel gebeurd. Net voor het karnaval van 1972 verscheen het Udenhoutse karnavalsblad ‘De Keutel’ voor het eerst. Enkele jaren later kwam er ook een eigen karnavalskrantje voor de jeugd ‘Het klein Keuteltje’. De optochten werden groter en mooier en er kwam gedurende een aantal jaren ook een jeugdoptocht op zaterdagmiddag. Er werden ook activiteiten georganiseerd voor de bejaarden en voor de jeugd (bijv. de jeugdbals in o.a. D’n Berk en De Schelf). Er kwam een karnavalsmis en ook de zieken werden zo goed mogelijk bezocht.
D’n Haozenpot kreeg ook een karnavalssymbool, Kupke de Stèèloor, die vanaf zaterdag pontificaal resideerde voor het gemeentehuis. Bedenker en gedurende vele jaren ook bouwer van de eerste serie Kupke’s, Henk Robben, moest elk jaar op dinsdagavond laat met lede ogen toezien, hoe zijn creatie aan het slot van karnaval werd gecremeerd.
De prins kreeg een eigen hofkapel, veldwachters, dansmariekes, alles erop en eraan. Er kwam een jeugdprins met een eigen Raad van Elf. Tonnepraot werd, zeker in de jaren ‘70 en ‘80, een groot succes. Haozengeblaos werd geïntroduceerd. Soms streden meer dan 10 Haozenpotse dweilorkestjes om de hoogste eer. Ook het “Genootschap van d’n Udenhoutse Broeder” was en is succesrijk. Nog steeds is het spannend om te horen welke Udenhouter / Udenhoutse toe mag treden tot dit eerbiedwaardige gezelschap.
Een bijzondere loot aan de SKU-stam was ‘Unentse Mèrt’. De Mèrt kwam moeizaam op gang, omdat sommige karnavalisten de koppeling met SKU niet zagen zitten. Toch bleef die koppeling in stand, waardoor SKU jarenlang verzekerd was van een goede inkomstenbron en de organisatie en bemensing van de Mèrt verzekerd waren vanuit de “karnavalskaders”. Helaas is de Unentse Mèrt na ongeveer 30 jaar en vele successen (soms waren er vele tienduizenden bezoekers) ter ziele gegaan.
Jarenlang stond de structuur van SKU er garant voor dat alle meningen aan bod kwamen en dat er uiteindelijk een breed gedragen karnaval werd georganiseerd. Dat lag o.a. ook aan het feit dat alle karnavalsverenigingen vertegenwoordigd waren in SKU. In de loop van de tijd waren dat er maar liefst vijf; De Zaandhaozen (die uiteindelijk in ‘t Centrum terecht waren gekomen en daar nu al tientallen jaren resideren); De Haozenstèrtjes; De Slimkèèkers (in ‘Het Dorstig Paard’); De Hooivreters (in ‘De Schelf’) en tenslotte De Duinhaozen (thuis op de camping van Jantje Verhoeven). De Slimkèèkers en De Hooivreters hebben maar een paar jaar bestaan. En ook de Stèrtjes en De Duinhaozen zijn er inmiddels niet meer. Het Dagelijks Bestuur van SKU kreeg daardoor misschien wel te veel macht. Een paar jaar geleden heeft men dit proberen te repareren door allerlei kleine C.V.’s (karnavalsclubjes zonder een café als thuisbasis) en andere karnavalsinitiatieven zeggenschap te geven in de karnavalsorganisatie. Samen vormt deze smeltkroes “De Haozenraod” als een soort afdruk van heel “D’n Haozenpot”. De ‘Haozenraod’ zet de grote lijnen uit van het script voor karnaval en SKU voert dat uit.
En nu staan we dus aan de vooravond van een nieuw karnaval. Het 58e openbare karnaval en het 55e onder de SKU-vlag (tegenwoordig officieel “De Haozenpot-vlag”). In die jaren hebben 23 verschillende prinsen in D’n Haozenpot de scepter gezwaaid en een nieuwe prins, Marnix I, staat voor dit jubileumjaar te trappelen om het feest der feesten aan te voeren. Marnix wordt onze 24e officiële prins. Wij wensen hem, zijn gevolg, SKU èn D’n Haozenpot veel plezier en succes toe.
Tekst: Jan de Kort, De Wegwijzer
Foto’s: Erfgoedcentrum ’t Schoor en
Henny Schilders, De Wegwijzer



Keurslager Van Hoof bestaat 60 jaar! Ter ere van dit bijzondere jubileum ontvangen klanten deze maand een feestelijke glossy vol verhalen over het verleden, het team, de producten, en natuurlijk de jubileumaanbiedingen. Maar het mooiste is misschien wel het persoonlijke verhaal van Cristel en Jan Karel, die met passie terugblikken op hun jaren in de slagerij.
Van het illustere drietal, waar VCU veel aan te danken heeft, leeft alleen Jan van de Voort nog. Hij en zijn echtgenote ontvangen Miep Brekelmans, William Verspeek en mij in hun appartement in Oss. Miep, weduwe van Jan, is tot op hoge leeftijd actief lid van de club geweest en daarnaast trainster van de jeugdleden. William Verspeek, als klein jongetje nog getraind door Miep, is een van de leden die het langst lid is en al 30 jaar bestuurslid. Miep heeft haar “archief” meegebracht: een doos vol met foto’s, krantenberichten en oude notulen. Jan herkent zijn eigen handschrift in de notulen: “wat schreef ik toen nog mooi!”. De foto’s zorgen voor verhalen uit “de goede oude tijd”, toen hele families lid waren van de club, zoals de familie van de Plas, Brekelmans, van Erp. De club ging van start in de parochiezaal van de Schelf, het zogenaamde “patronaatsgebouw”. De ruimte had een stenen vloer, een laag plafond en radiatoren langs de zijkant. Kapelaan van Erven, moderator van de club, kwam regelmatig toezicht houden. Volgens Miep ook om naar de meisjes te kijken. Op zaterdag werden de wedstrijden gespeeld, eerst nog in een zaal in Helvoirt, omdat de zaal in Udenhout te laag was. Sinds de bouw van Sporthal de Roomley werd dit de thuisbasis van de volleyballers.
Onder de bezielende leiding van Jan Brekelmans bloeide de vereniging op. In de hoogtijdagen telde de club zo’n 230 leden. Het herenteam speelde in de eerste en het damesteam in de tweede divisie. De heren wonnen zelfs één keer de nationale beker. “Als het eerste team speelde waren de tribunes altijd vol”, volgens Miep. ”Aan de zijkant van de zaal werd tapijt uitgerold, waar ook nog toeschouwers konden plaatsnemen.” Jarenlang werd er een volleybaltoernooi georganiseerd op de velden van SvSSS met meer dan 200 teams uit de regio. “De club heeft een poosje een “dipje” gehad”, vertelt William, “maar de laatste jaren groeit het aantal jeugdleden weer flink. Udenhout is één van de laatste dorpen in de omgeving, die nog een eigen volleybalclub heeft”. Ieder jaar wordt op de theaterplaats een zomers beachvolleybaltoernooi (U-Beach) georganiseerd. De club is met 72 leden een hechte vereniging.
Op 26 oktober werd het 40 jarig jubileum van Bridge Club Udenhout gevierd. Vrijwel iedereen van de 90 clubleden was aanwezig tijdens een feestelijke en verrassende middag in ‘t Plein. Het begon al met burgemeester Theo Weterings die, direct na het openingswoord van voorzitter Huub Hannen, de zaal kwam binnen stappen. De burgemeester kwam niet mee bridgen en hij kwam ook niet primair voor de jubilerende club.

Dat zijn de woorden van juffrouw Ingrid op de vraag waarom haar werk zo leuk is dat ze dit al 40 jaar doet.

Lezing Hans van den Eeden over De ijzeren eeuw in Noord-Brabant