De bijzondere hobby van Josephine McVean
Glaskunstenares
In de kamer hangen een paar mooie kleine schilderijtjes waarbij de verf op glas is aangebracht. Die zijn van haar opa en daar is de belangstelling voor glaskunst bij Josephine gewekt. Het creatieve en de glaskunst zit in haar familie, want niet alleen haar opa beoefende die kunst, haar tante ook. Naast de schilderijtjes zien we diverse glaskunstobjecten in haar huis. Josephine beoefent verschillende vormen: glas in lood, brandschilderen en fusen.
Allereerst glas in lood Het moeilijkst is het ontwerp: welke afbeelding, welke vormen en welke kleuren? Vervolgens de verschillende stukken gekleurd glas in een H-profiel van lood zetten. Het is millimeterwerk! Veel glas in lood vinden we in kerken. Dat zijn vooral Bijbelse voorstellingen in zowel klassieke, als moderne stijl. Een voorbeeld van haar werk is te zien in het kapelletje in de Schoorstraat waar Josephine een nieuw raam heeft gemaakt nadat dit bij een inbraak kapot was gemaakt. Deels is dit ook gebrandschilderd. Bij brandschilderen werk je met glaspoeders die je mengt met een vloeibaar medium, dan worden daarmee de lijnen, met penselen of kroontjespennen lijnen opgezet van de afbeelding, daarna de schaduwen en als laatste de kleuren. Bij iedere handeling wordt verschillend gewerkt met tamponeer kwasten, penselen, kroontjespennen, tandenstokers etc. om weer verf weg te halen op plaatsen waar niets mag zitten. Telkens wordt het in de glasoven gebrand en dat gebeurt per kleur op een andere temperatuur variërend van 700 tot 430 graden. Gemiddeld 5 tot 10minuten per kleur. Het moet vervolgens ongeveer 20 uur afkoelen. Dit alles komt heel nauw. Josephine heeft werk dat wel 11 maal dit proces heeft doorlopen. Iedere keer is er kans op breuk en dan moet je helemaal opnieuw beginnen. Het is een zeer intensief proces met een enorme tijdsinvestering. Een werk is onbetaalbaar als alle uren geteld worden. Josephine laat foto’s van haar vele gebrandschilderde objecten zien. Geboortekaartjes zijn een dankbaar thema voor een mooie brandschildering.
Een laatste vorm van glaskunst die zij beoefent is fusen. Daarbij worden verschillende glasstukjes samengesmolten. Je krijgt variatie door verschil in kleur en de mate waarin de verschillende stukjes in of net aan elkaar worden gesmolten en of verschillende lagen wel of niet meer te zien zijn.
Een voorbeeld van een combinatie van verschillende technieken is het monument voor ongedoopte kinderen op het kerkhof van Udenhout, wat zij samen met Hans van Oene heeft gemaakt. Hans heeft het metalen deel voor zijn rekening genomen en Josephine heeft het glas gemaakt met de technieken fusen en brandschilderen.
Naast heel arbeidsintensief is het ook een hobby die heel veel verschillende materialen vraagt. In haar atelier zien we allerlei stukken glas in verschillende kleuren, tientallen potjes met glaspoeders, gereedschap en andere materialen om mee te fusen en natuurlijk de glasoven die tot ca. 1050 graden verhit kan worden. In dit atelier geeft Josephine regelmatig workshops en deelt zij haar kennis en enthousiasme voor de glaskunst. Velen in Udenhout hebben op die manier kennis kunnen maken met een bijzondere kunstvorm.
Tekst: Wima de Jong-Verspeek, de Wegwijzer
Foto’s: Henny Schilders, de Wegwijzer





Corona gooide driemaal roet in het eten en daardoor is het vier jaar geleden dat er een toneelvoorstelling van Theatergroep Udenhout was. Maar afgelopen week dan ook meteen driemaal. Donderdagmiddag de generale repetiti e bij de jaarvergadering van Contact 50, waar veel ouderen het publiek vormden. Vrijdag- en zaterdagavond de voorstellingen in ‘t Plein. De vrijdagavond was al snel uitverkocht en de zaterdag nagenoeg. Dat betekent dat de twee voorstellingen bijna 300 bezoekers trokken. Een teken dat niet alleen de spelers, maar ook het publiek ernaar uitkeken. Je zag hele vriendengroepen en families die de gelegenheid hadden genomen om hier een avondje uit van te maken. Bijzonder was dat de schrijver van “Computerperikelen op de boerderij”: Peter Damen, een van de voorstellingen heeft bijgewoond. De toneelvoorstelling bestond uit twee humoristische eenakters.
Het regent al weken op de camping en de caravan van Cora (Esther de Klerk) en Wim (Nol Luijbregts) heeft zijn beste ti d gehad. De ouders van Cora komen op bezoek. Opa (Clemens Schoonus) is Wims werkgever en Cora vindt dat haar man een beter salaris verdient. Oma (Corrie Snoeren) is nogal bezorgd want opa is pas ontslagen uit het ziekenhuis na een prostaatoperatie. Terwijl dochter Willeke (Yvette van den Bersselaar) nergens zin in heeft zoeken de mannen gezelligheid in de drank en de buurvrouw (Joke Kemps). Maar de alcohol maakt al snel de tongen los.
Boer Krelis (Clemens Schoonus) ontkomt er niet meer aan, zeer tegen zijn zin moet ook hij aan de computer. Boer Krelis en zijn vrouw Mien (Corrie Snoeren) hebben er geen enkel verstand van en ze roepen de hulp in van computerverkoper Karel-Jan (Rob van der Meijden). De verwikkelingen beginnen pas goed als de zus van Mien, de non Festia (Tineke Robertz), plotseling aan de deur staat. Als Trudy (Esther de Klerk), een oude kennis van Mien, daarna ook nog opduikt wordt het boer Krelis allemaal te veel. Het publiek genoot ervan. Een avond lachen daar is men voor gekomen en dat heeft men gekregen. Gezien het enthousiasme van de spelers en het publiek zal de Theatergroep Udenhout zich inspannen voor meer voorstellingen in de toekomst. Een uitbreiding van spelers zou daarbij heel wenselijk zijn.
Bij de boekpresentatie (voor genodigden) heeft Kees, als inspirerende voorzitter van ’t Schoor, ook aandacht gevraagd voor “zijn” Erfgoedcentrum. ‘t Schoor is gevestigd in het monumentale pand Schoorstraat 2 op de eerste en tweede verdieping. Inmiddels is uit giften een traplift aangeschaft naar de eerste verdieping. Oudere bezoekers, die minder mobiel zijn, hebben moeite om de tweede verdieping te bereiken. Kees heeft zijn genodigden een bijdrage voor een traplift naar de tweede verdieping gevraagd. Kees helpt ’t Schoor met zijn bijdragen dus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk “in de lift”.

Ik mag aansluiten bij een van de lessen in de klas van meneer Martin. In het Leerlandschap van school gaan de leerlingen enthousiast aan de slag met een proef, aangestuurd door gastdocent Jeroen Jansen en kierenjager Johan Schapendonk. In groepjes van 3 zoeken de leerlingen met een warmte camera in de ruimte naar kieren en naden, waardoor koude lucht naar binnen stroomt. Koude lucht kleurt in de warmtecamera blauw. Met tape worden vervolgens alle kieren en naden dichtgeplakt. Zoals verwacht geeft de camera nu veel minder blauw aan. De kinderen leren zo dat het zinvol is om, waar nodig, in huis en school tochtstrippen aan te brengen en deuren bijvoorbeeld goed sluitend te maken.
Rondom het Mariakapelletje aan de Schoorstraat is de lente voelbaar en zichtbaar, ook al regent het vandaag. De bosanemonen steken hun kopjes uit en over een poosje zullen ook de boomkikkers weer te horen zijn. De vrijwilligers van het kapelletje hebben ook “de lentekriebels” en hebben zich verzameld voor een grote schoonmaakbeurt. De “sacristie” wordt uitgeruimd en schoongemaakt, het altaar met het beeld van moeder en kind wordt blinkend opgepoetst. Zitbanken, vloer alles krijgt een beurt. Buiten wordt de grond rondom de kapel opnieuw geëgaliseerd. Met kruiwagens wordt zand uit de Brand aangevoerd om kuilen te dichten.


Lezing Hans van den Eeden over De ijzeren eeuw in Noord-Brabant