Kees van Kempen: De Brabantse geschiedenis in Udenhout en Biezenmortel
Bij gelegenheid van zijn 70-ste verjaardag is op 30 maart door Kees van Kempen, voorzitter van Erfgoedcentrum ’t Schoor en secretaris van Brabant Heem, het boek De Brabantse geschiedenis in Udenhout en Biezenmortel gepresenteerd, en het eerste exemplaar uitgereikt aan Burgemeester Weterings. Het boek is tot stand gekomen i.s.m. het schrijversteam van ’t Schoor.
Kees geeft aan altijd al wel interesse in geschiedenis gehad te hebben. Bij het 100-jarig bestaan van het kerkgebouw in Udenhout in 1991 werd hem gevraagd om een boekje uit te brengen. In 1992 gevolgd door de vraag van Pater Monaldus om samen met Kees van den Bersselaar, Harrie van den Bersselaar, Frans van Iersel, Annie van Roessel-Kolen en Frank Scheffers een boek te schrijven over de kerk in Biezenmortel. Hiermee was het ontstaan van het schrijversteam een feit.
Ruim 6 jaar geleden volgde Kees een cursus aan de Universiteit van Tilburg over de geschiedenis en de cultuur van Brabant. Kees leerde om met Brabantse ogen te kijken naar de (Brabantse) geschiedenis, een ander perspectief, een geweldige ervaring. Op dat moment ontstond het idee om een boek te schrijven over de concrete gevolgen van de algemene (Brabantse) geschiedenis voor Udenhout en Biezenmortel.
Kees vertelt dat de Gouden Eeuw in de Nederlanden helemaal geen Gouden Eeuw voor de Brabanders was. Holland investeerde niet in Brabant, integendeel, de 17de eeuw was hier in Brabant een langdurige periode van hele grote armoede. De Brabantse Gouden eeuw was van pakweg 1450 tot 1550. Het Hertogdom Brabant kende in die jaren een bloeiende economie en cultuur (Jeroen Bosch) en Den Bosch was een welvarende, invloedrijke stad, ook wel “het kleine Rome” genoemd.
De Tachtigjarige oorlog was voor Brabant een vreselijke tijd. Oisterwijk, waar Udenhout onder viel, werd meerdere malen platgebrand. In de analen van de Belastingdienst staat geschreven dat Udenhout in 1584 niet executabel was, geen inkomen, geen vermogen had. Kees vraagt zich af wat er met de families in Udenhout in die tijd gebeurde. Hoe overleefden ze, of zijn ze naar elders gevlucht?
Al met al heeft de jarenlange studie van Kees geresulteerd in een prachtig, vlot geschreven boek, rijk geïllustreerd door Kees van Baest. Jan van
Oevelen zorgde voor de inkleuring van oude zwart-wit foto’s, waardoor ze meer tot de verbeelding spreken. De mooie lay-out werd verzorgd door
Arjan Robben. Het boek is een aanrader voor iedereen, die geïnteresseerd is in de levens van onze voorouders in Udenhout en Biezenmortel. Het boek is te koop voor 25 euro bij ’t Schoor.
Bij de boekpresentatie (voor genodigden) heeft Kees, als inspirerende voorzitter van ’t Schoor, ook aandacht gevraagd voor “zijn” Erfgoedcentrum. ‘t Schoor is gevestigd in het monumentale pand Schoorstraat 2 op de eerste en tweede verdieping. Inmiddels is uit giften een traplift aangeschaft naar de eerste verdieping. Oudere bezoekers, die minder mobiel zijn, hebben moeite om de tweede verdieping te bereiken. Kees heeft zijn genodigden een bijdrage voor een traplift naar de tweede verdieping gevraagd. Kees helpt ’t Schoor met zijn bijdragen dus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk “in de lift”.
Tekst: Nelleke Sträter, de Wegwijzer
Foto’s: Henny Schilders, de Wegwijzer




Ik mag aansluiten bij een van de lessen in de klas van meneer Martin. In het Leerlandschap van school gaan de leerlingen enthousiast aan de slag met een proef, aangestuurd door gastdocent Jeroen Jansen en kierenjager Johan Schapendonk. In groepjes van 3 zoeken de leerlingen met een warmte camera in de ruimte naar kieren en naden, waardoor koude lucht naar binnen stroomt. Koude lucht kleurt in de warmtecamera blauw. Met tape worden vervolgens alle kieren en naden dichtgeplakt. Zoals verwacht geeft de camera nu veel minder blauw aan. De kinderen leren zo dat het zinvol is om, waar nodig, in huis en school tochtstrippen aan te brengen en deuren bijvoorbeeld goed sluitend te maken.
Rondom het Mariakapelletje aan de Schoorstraat is de lente voelbaar en zichtbaar, ook al regent het vandaag. De bosanemonen steken hun kopjes uit en over een poosje zullen ook de boomkikkers weer te horen zijn. De vrijwilligers van het kapelletje hebben ook “de lentekriebels” en hebben zich verzameld voor een grote schoonmaakbeurt. De “sacristie” wordt uitgeruimd en schoongemaakt, het altaar met het beeld van moeder en kind wordt blinkend opgepoetst. Zitbanken, vloer alles krijgt een beurt. Buiten wordt de grond rondom de kapel opnieuw geëgaliseerd. Met kruiwagens wordt zand uit de Brand aangevoerd om kuilen te dichten.


Lezing Hans van den Eeden over De ijzeren eeuw in Noord-Brabant
Doedelzak leren spelen is moeilijk vanwege de techniek. Het kost veel oefening om dat te leren beheersen. Daarnaast is het zo dat men alle stukken uit het hoofd speelt. Willie heeft zo’n 30 à 40 nummers, die bij uitvoeringen worden gespeeld, helemaal paraat. Daarnaast heeft hij zo’n 300 à 400 nummers in zijn hoofd die hij na enkele maten muziek weer naar boven kan halen. Spelen doet hij bij de Dutch Pipes and Drums in Tilburg. Een bloeiende vereniging waar hij ook 33 jaar muzikaal leider is geweest. Met die band wordt zo’n 15 à20 keer per jaar opgetreden, waarvan 6 keer bij meerdaagse taptoes of tournees in heel Europa. Bijzondere optredens waren Taptoe Noorwegen, voor de koning en een optreden voor Queen Elisabeth en Koningin Beatrix. Willie treedt ook vaak alleen op. Meestal bij herdenkingen op militaire begraafplaatsen of bijeenkomsten met veteranen. Daarvoor en omdat hij ook ambassadeur voor Tilburg is, is hij onderscheiden als ridder van Oranje-Nassau. Voor zijn inzet voor het Schotse regiment heeft hij de Queen Elisabeth onderscheiding gekregen. Willie heeft model gestaan voor een standbeeld in de Tilburgse bevrijdingstuin, ter ere van the 15e Scottish Division, die Tilburg mede heeft bevrijd.

In de hobbykamer van Jan de Kort staat een kast met daarin vele albums met postzegels. Hij vertelt enthousiast over zijn hobby. Hoe hij als kind een paar jaar postzegels verzamelde, maar daarmee ophield en zelfs niet weet waar deze postzegels zijn gebleven. Hoe komt dan zo’n oude liefde opnieuw in beeld? Dat kwam door zijn kleindochter Nilou, die zo’n 12 jaar geleden, op 7-jarige leeftijd aan haar opa verkondigde: “Opa ik ga postzegels verzamelen”. Zij deed dit ook enthousiast, maar verzuchtte na enige tijd: “Ik moet gaan specialiseren”. Want haar gebeurde, zoals bij iedere beginneling, dat er zoveel invalshoeken zijn om postzegels te verzamelen dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Ordenen en keuzes maken, is absoluut noodzakelijk. Als liefhebbende opa ging Jan zijn kleindochter helpen en de postzegels ordenen. En zoals vaak bij kinderen: toen dat klaar was verkondigde ze dat ze geen zin meer had in postzegels verzamelen.
