Van opticien tot bierbrouwer en pastoor
40 jarig priesterjubileum Pastoor Looijaard
Pastoor Looijaard vertelt me in een geanimeerd gesprek dat hij geboren is in 1946 in Gouda als zesde kind uit een gezin van acht kinderen. Hij werd vernoemd naar Heeroom en Peetoom Pater Godfried, Trappist in de Abdij van Koningshoeven. Omdat zijn moeder graag terug wilde naar haar geboortegrond in Brabant, verhuisde hij na zes weken al naar Tilburg. Hij voelt zich dan ook Tilburger.
Opgegroeid in het Roomse Rijk was hij als jonge jongen al actief in de kerk als misdienaar en in het kinderkoor. “Als er iets te doen was, was ik in de kerk te vinden”. Na de lagere school en de MULO was de vraag van vader: “Wat wil je nou worden?” Het antwoord kwam snel en duidelijk: “ik wil priester worden”. Daarop ging Pastoor naar het Damiaancollege in Sint Oedenrode, maar hij had zoveel heimwee naar het gezin en de vrienden thuis, dat vader hem na een half jaar op kwam halen. Wat nu? Een vriend van vader raadde hem aan om opticien te worden. En zo geschiedde. Pastoor woonde en werkte 12 jaar lang als opticien in het filiaal van firma Eekelaar aan de Bredase weg.
De jaarlijkse bezoeken van het gezin aan Heeroom Godfried spraken Pastoor enorm aan. Toen Heeroom verhuisde naar Kenia om daar een abdij te stichten, ondernam Pastoor met een vriend de reis naar Kenia. “Op Safari gaan was leuk, maar ik was het meest gelukkig in de abdij”. Als jongeman nam hij ook meerdere malen deel aan retraites in Koningshoeven. Toen hij met zijn toenmalige vriendin een keer de mis in Koningshoeven bijwoonde kwam hij tot het besef: “hier hoor ik thuis”. Pastoor ervoer dit als een roeping van Godswege. Zonder medeweten van zijn ouders sprak hij met de abt af dat hij zou intreden op 20 augustus, het feest van de Heilige Bernardus. Maar hoe moest hij het zijn ouders vertellen? Gelukkig stelde zijn vader hem de vraag: “Wat ben je toch allemaal van plan? Jij wilt naar de Trappisten!” Pastoor was stomverbaasd en kon volmondig “Ja” antwoorden. “Zeg dat dan”, was de eenvoudige reactie van zijn vader. Er viel een last van zijn schouders toen pastoor langzaam afscheid nam van al zijn bezittingen en zijn werk. Na de kleine en grote Professie volgde de Diaken Wijding door bisschop Bluyssen. Die vroeg hem wanneer de priesterwijding zou zijn en meteen werd Beloken Pasen in het volgende jaar afgesproken. Door ziekte van Bisschop Bluyssen werd Pastoor uiteindelijk priester gewijd op 17 april 1983 door Aardsbisschop van den Hurk uit Medan Indonesië en volgde de eerste mis in de Sacramentskerk in Tilburg. Nu 40 jaar geleden.
Pastoor werd aangesteld als begeleider van de novicen (Novicen meester) en doceerde aan de novicen en aan de studenten van het Seminarie (den Bosch) samen “Inleiding in het Oude en Nieuwe Testament”. De abt van het klooster vroeg hem daarnaast om laborant te worden in de Brouwerij. Hij ging in de leer in de Abdij van Westmalle en Vleteren en onder zijn leiding kwam het nieuwe Brouwhuis tot stand. Door deze werkzaamheden was hij veel weg van het klooster en uiteindelijk vroeg hij aan bisschop Ter Schuure of hij naar het bisdom kon komen. Hij werd aangesteld als pastoor in Boekel, volgens het bisdom een van de mooiste parochies, en later ook in Handel en Odiliapeel. Hier werkte hij 12 jaar met veel plezier. De Vicaris Generaal vroeg hem als pastoor in Vught (te “stads” volgens pastoor) en later in Kaatsheuvel ( te “druk”), maar uiteindelijk vroeg Bisschop Hurkmans hem in 2003 om de leeggevallen plek in Udenhout op te vullen. In September alweer 20 jaar geleden. “Ik heb er nooit spijt van gehad” aldus Pastoor. ”Ik werd gastvrij ontvangen en was meteen verliefd op de kerk. Voordeel was ook dat ik weer dicht bij Tilburg was, bij familie en vrienden”. Nog altijd heeft hij contact met parochianen uit Boekel, maar dit is zijn plek geworden. “Ik ben echt een zondagskind, een gelukkig mens”.
Op zondag 16 april wordt het jubileum van Pastoor gevierd met een plechtige eucharistieviering om 10.00 uur in de Sint Lambertuskerk, met medewerking van GKU (Gemengd Koor Udenhout), Harmonie MVC en de Gilden van Udenhout. Aansluitend is er een receptie in ’t Plein, waarvoor u allen van harte uitgenodigd bent.
Tekst: Nelleke Sträter, de Wegwijzer
Foto’s : Henny Schilders, de Wegwijzer




Corona gooide driemaal roet in het eten en daardoor is het vier jaar geleden dat er een toneelvoorstelling van Theatergroep Udenhout was. Maar afgelopen week dan ook meteen driemaal. Donderdagmiddag de generale repetiti e bij de jaarvergadering van Contact 50, waar veel ouderen het publiek vormden. Vrijdag- en zaterdagavond de voorstellingen in ‘t Plein. De vrijdagavond was al snel uitverkocht en de zaterdag nagenoeg. Dat betekent dat de twee voorstellingen bijna 300 bezoekers trokken. Een teken dat niet alleen de spelers, maar ook het publiek ernaar uitkeken. Je zag hele vriendengroepen en families die de gelegenheid hadden genomen om hier een avondje uit van te maken. Bijzonder was dat de schrijver van “Computerperikelen op de boerderij”: Peter Damen, een van de voorstellingen heeft bijgewoond. De toneelvoorstelling bestond uit twee humoristische eenakters.
Het regent al weken op de camping en de caravan van Cora (Esther de Klerk) en Wim (Nol Luijbregts) heeft zijn beste ti d gehad. De ouders van Cora komen op bezoek. Opa (Clemens Schoonus) is Wims werkgever en Cora vindt dat haar man een beter salaris verdient. Oma (Corrie Snoeren) is nogal bezorgd want opa is pas ontslagen uit het ziekenhuis na een prostaatoperatie. Terwijl dochter Willeke (Yvette van den Bersselaar) nergens zin in heeft zoeken de mannen gezelligheid in de drank en de buurvrouw (Joke Kemps). Maar de alcohol maakt al snel de tongen los.
Boer Krelis (Clemens Schoonus) ontkomt er niet meer aan, zeer tegen zijn zin moet ook hij aan de computer. Boer Krelis en zijn vrouw Mien (Corrie Snoeren) hebben er geen enkel verstand van en ze roepen de hulp in van computerverkoper Karel-Jan (Rob van der Meijden). De verwikkelingen beginnen pas goed als de zus van Mien, de non Festia (Tineke Robertz), plotseling aan de deur staat. Als Trudy (Esther de Klerk), een oude kennis van Mien, daarna ook nog opduikt wordt het boer Krelis allemaal te veel. Het publiek genoot ervan. Een avond lachen daar is men voor gekomen en dat heeft men gekregen. Gezien het enthousiasme van de spelers en het publiek zal de Theatergroep Udenhout zich inspannen voor meer voorstellingen in de toekomst. Een uitbreiding van spelers zou daarbij heel wenselijk zijn.
Bij de boekpresentatie (voor genodigden) heeft Kees, als inspirerende voorzitter van ’t Schoor, ook aandacht gevraagd voor “zijn” Erfgoedcentrum. ‘t Schoor is gevestigd in het monumentale pand Schoorstraat 2 op de eerste en tweede verdieping. Inmiddels is uit giften een traplift aangeschaft naar de eerste verdieping. Oudere bezoekers, die minder mobiel zijn, hebben moeite om de tweede verdieping te bereiken. Kees heeft zijn genodigden een bijdrage voor een traplift naar de tweede verdieping gevraagd. Kees helpt ’t Schoor met zijn bijdragen dus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk “in de lift”.

Ik mag aansluiten bij een van de lessen in de klas van meneer Martin. In het Leerlandschap van school gaan de leerlingen enthousiast aan de slag met een proef, aangestuurd door gastdocent Jeroen Jansen en kierenjager Johan Schapendonk. In groepjes van 3 zoeken de leerlingen met een warmte camera in de ruimte naar kieren en naden, waardoor koude lucht naar binnen stroomt. Koude lucht kleurt in de warmtecamera blauw. Met tape worden vervolgens alle kieren en naden dichtgeplakt. Zoals verwacht geeft de camera nu veel minder blauw aan. De kinderen leren zo dat het zinvol is om, waar nodig, in huis en school tochtstrippen aan te brengen en deuren bijvoorbeeld goed sluitend te maken.
Rondom het Mariakapelletje aan de Schoorstraat is de lente voelbaar en zichtbaar, ook al regent het vandaag. De bosanemonen steken hun kopjes uit en over een poosje zullen ook de boomkikkers weer te horen zijn. De vrijwilligers van het kapelletje hebben ook “de lentekriebels” en hebben zich verzameld voor een grote schoonmaakbeurt. De “sacristie” wordt uitgeruimd en schoongemaakt, het altaar met het beeld van moeder en kind wordt blinkend opgepoetst. Zitbanken, vloer alles krijgt een beurt. Buiten wordt de grond rondom de kapel opnieuw geëgaliseerd. Met kruiwagens wordt zand uit de Brand aangevoerd om kuilen te dichten.


Lezing Hans van den Eeden over De ijzeren eeuw in Noord-Brabant
Doedelzak leren spelen is moeilijk vanwege de techniek. Het kost veel oefening om dat te leren beheersen. Daarnaast is het zo dat men alle stukken uit het hoofd speelt. Willie heeft zo’n 30 à 40 nummers, die bij uitvoeringen worden gespeeld, helemaal paraat. Daarnaast heeft hij zo’n 300 à 400 nummers in zijn hoofd die hij na enkele maten muziek weer naar boven kan halen. Spelen doet hij bij de Dutch Pipes and Drums in Tilburg. Een bloeiende vereniging waar hij ook 33 jaar muzikaal leider is geweest. Met die band wordt zo’n 15 à20 keer per jaar opgetreden, waarvan 6 keer bij meerdaagse taptoes of tournees in heel Europa. Bijzondere optredens waren Taptoe Noorwegen, voor de koning en een optreden voor Queen Elisabeth en Koningin Beatrix. Willie treedt ook vaak alleen op. Meestal bij herdenkingen op militaire begraafplaatsen of bijeenkomsten met veteranen. Daarvoor en omdat hij ook ambassadeur voor Tilburg is, is hij onderscheiden als ridder van Oranje-Nassau. Voor zijn inzet voor het Schotse regiment heeft hij de Queen Elisabeth onderscheiding gekregen. Willie heeft model gestaan voor een standbeeld in de Tilburgse bevrijdingstuin, ter ere van the 15e Scottish Division, die Tilburg mede heeft bevrijd.