Vrijwilligers Lambertus Parochie Udenhout in het Zonnetje
Achter de monumentale voorgevel van de pastorie van de Lambertus Parochie had ik geen bijenkorf verwacht. Toch komt dat idee bij me op wanneer ik op maandagmorgen daar ontvangen wordt. De bedrijvigheid in de pastorie verrast me. Even later begrijp ik dat er op maandagmorgen veel vrijwilligers actief zijn, die gelukkig weer gezellig samen koffie
kunnen drinken nu de coronamaatregelen versoepeld zijn. Ik ga in gesprek met Piet van Galen (“klusjeskoster”, postbode, “de man van de klok”), Wim Leenders (bevlogen man van onderhoud van tuin en kerkhof), Lia van de Sande (trouwe poetsdame van de kerk), en Jan-Karel van Hulst (koster). Zij vertegenwoordigen vanochtend de vele vrijwilligers die zich wekelijks voor de parochie inzetten. Dat zijn kosters, acolieten, de voorleesgroep, het koor, de dames die de kerk poetsen, mensen die de kerk versieren voor hoogtijdagen, die de was doen, de tuin en het kerkhof onderhouden, de kerststal bouwen, het kapelletje in de Schoorstraat verzorgen, bestuurs- en administratietaken uitvoeren en zoveel meer hand en span diensten verrichten. Teveel om op te noemen. De verschillende vrijwilligersgroepen werken zelfstandig en regelen alles onder elkaar, “het werk moet wel doorgaan”. Hun motivati e halen ze uit het feit dat “alles goed geregeld is” en “alles er weer netjes uitziet”.
Zo vertelt Wim dat tuin en kerkhof behalve onderhoud, (“zelfs de kantjes worden gestoken”), ook mooie nieuwe aanplant krijgen. “Het wordt meer en meer een park, waar mensen van bijvoorbeeld de Eikelaar even komen genieten”. Volgens Lia wordt het interieur van de kerk volgens rooster gepoetst: banken, zijbeuken, middenbeuk, preekstoel, koor, deuren, en de vele vierkante meters vloer. “Wanneer de kerstboom weer opgeruimd wordt krijgt de vloer een extra dweilbeurt”. De kosters Piet en Jan- Karel hebben een keer in de vier weken een week “dienst”, leggen alles klaar voor de mis, luiden de klokken, zetten de kachel aan, openen de deuren, begeleiden de dienst bij een uitvaart, en ruimen alles achteraf weer netjes op.
De vrijwilligers vormen radertjes die in elkaar moeten passen om alles goed te laten verlopen. Er wordt van hen steeds meer inzet gevraagd omdat hun aantal eerder af dan toeneemt. Slechts een handjevol vrijwilligers is jonger dan 60 jaar; er zijn zelfs vrijwilligers ouder dan 80 jaar. Allen zeer gemotiveerde, “goei mensen”, trouwe vrijwilligers, die soms al meer dan 25 jaar actief zijn. Er heerst een goede sfeer onderling en het sociale aspect speelt een grote rol: “zonder koffie en af en toe een worstenbroodje geen vrijwilligers!”.
Tekst: Nelleke Sträter, de Wegwijzer.
Foto’s: Henny Schilders, de Wegwijzer.









Op nummer 7 zien we in het huis uit 1909 enkele Jugendstil elementen in dakramen en het tegelwerk, het huis heeft boven de voordeur opgemetseld metselwerk, het zogenaamde van de Plas geveltje, en een Franse kap (ook wel Mansarde of “gebroken dak” genoemd). Joost vertelt dat de Franse kap hier destijds de voorkeur van de middenstanders had omdat het minder protserig oogde dan een pand met twee rechte verdiepingen. Al te veel pracht en praal kostte klanten, was het idee. Op nummer 10 zien we een van de weinige klokgeveltjes in Udenhout. Nummer 12 heeft prachtige trapgeveltjes, het huis doorstond de grote brand van 1854. Hotel Wilshof, op nummer 7, werd gebouwd in de stijl die we veel zien in de omgeving van Heusden, en is daarmee uniek in Udenhout. Nummer 14 heeft kleine zogenaamde Mutsaerstorentjes op de garage. Nummer 19 kan beschouwd worden als een meer elitair huis, ook met Franse kap. De panden nummer 21 en 23 behoorden toe aan de familie Kruissen (die later Bosch en Duin bouwden) en wordt gekenmerkt door de grote rode letter K op het dak. De panden op nummer 31 (Slagerij van Hoof) en nummer 35 (Bakkerij Geerts) staan bekend als de Rats panden, genoemd naar de ondernemende familie Rats. Nummer 41 heeft een mooi hekwerk met tuintje voor de deur. Piet geeft aan de “verstening” van het dorp (parkeerplaatsen voor de diverse panden) heel jammer te vinden. Het huis van de dames Vermeer uit de Groenstraat, nummer 51, heeft mooie Franse ornamenten boven de ramen. Nummer 67 heeft mooi origineel glas in lood. Nummer 73 was een notarishuis. Het werd in de oorlog tijdelijk in bezit genomen door de Duitsers. Nummer 62 tot en met 70 vormden samen met de huizen in de Zeshoevenstraat (toen nog Van Heeswijkstraat geheten) de eerste uitbreiding van Udenhout. Nummer 81 en nummer 83 zijn typische van de Voort panden uit 1905. Nummer 83 heeft een mooie daklijst, nummer 74 heeft getand metselwerk, de zogenaamde “muizentand”. Nummer 82 tot en met 88 zijn Brekelmans panden met “Engelse deuren” en sier metselwerk. Huize Margaretha, nummer 108, was een “Renteniersvillaatje en heeft een Art Deco stijl. Ook nummer 110 is een fraai rentenierspand.

