Gemeenten Tilburg en Oisterwijk werken samen aan een nieuw circulair centrum
De gemeenten Tilburg en Oisterwijk willen samen een nieuw ‘circulair centrum’ maken aan de Hoolstraat 17 in Berkel-Enschot. Dat besloten beide colleges van burgemeester en wethouders op dinsdag 15 oktober. Het is de bedoeling dat inwoners van beide gemeenten hier vanaf 2028 gebruik van kunnen maken. Naast het wegbrengen van afval om te recyclen, kunnen zij er straks terecht voor het inleveren van spullen die ze niet meer nodig hebben. Deze zijn opnieuw te gebruiken. Als het nieuwe centrum opent, sluiten de huidige milieustraten in Berkel-Enschot (Hoolstraat 2B) en Oisterwijk (Veldweg 8).
Geen gewone milieustraat
Het circulair centrum wordt onderdeel van een netwerk met kringloopwinkels en andere bedrijven, die werken aan minder afval en hoogwaardig (her)gebruik van producten en materialen. Het circulaire centrum als inzamelingspunt voor alle soorten afval en voor spullen die een tweede leven krijgen. In het centrum komt ook ruimte voor educatieve activiteiten zoals trainingen, presentaties en evenementen waar het hergebruik van spullen wordt gestimuleerd. Daarmee is het veel meer dan een ‘gewone’ milieustraat. De samenwerking tussen de verschillende partijen moet zorgen voor efficiënter werken en een betere en uitgebreidere dienstverlening aan inwoners. Wethouder Maarten van Asten (Afval): “Het circulaire centrum is weer een stap in het bereiken van onze ambities om in 2050 als gemeente Tilburg klimaatneutraal te zijn. Zodat we ook in de toekomst een fijne plek zijn om te wonen, werken en bezoeken. Ik ben blij dat we hierbij samen optrekken met onze buurgemeente Oisterwijk.”
Wethouder Eric Logister van de gemeente Oisterwijk: “Ik ben blij met deze volgende stap op weg naar samenwerking met de gemeente Tilburg voor een Circulair Centrum op de grens van onze gemeente. Dit levert vooral voordelen op. We bieden onze inwoners met het Circulair Centrum straks meer mogelijkheden voor het aanbieden van afval, maar ook voor het hergebruik van materialen om afvalstromen te verminderen. En dat allemaal op één plek.”
Uitwerking plannen
De gemeenten Tilburg en Oisterwijk werken de precieze invulling van het centrum in de komende jaren uit. Dat gebeurt samen met omwonenden, samenwerkingspartners en andere belanghebbenden. Een aantal uitgangspunten zijn al bekend. Het nieuwe centrummoet goed passen in het landschap en in de buurt. De gemeenten gaan ook rekening houden met de hoeveelheid verkeer en de verkeersveiligheid in de buurt. Er komt een ontsluitingsweg naar de Kreitenmolenstraat in Udenhout. Er komt onder meer een afsprakensysteem om wachttijden en verkeersoverlast zoveel mogelijk te beperken. De gemeente Tilburg wordt eigenaar van het centrum. De gemeente Oisterwijk betaalt mee op basis van het aantal bezoekers.



Ze hebben in feite een hele feestweek gehad vertellen ze. Marijn, met zijn vrouw, drie kinderen, hun partners en hun kleinkind zijn voor het feest overgekomen uit Canada. Omdat ze op verschillende momenten arriveerden was er voortdurend een verwelkoming met gezinsleden en bijpraten en genieten van elkaar. Bijzonder om hun eerste achterkleinkind in de armen te houden.
Starten waar de energie zit

Van Dana en Bram leer ik dat schapen met een herder in Nederland meestal niet voor de wol of het vlees gehouden worden, zoals in andere landen. Schapen worden ingezet als begrazers van natuurgebieden in opdracht van bijvoorbeeld Natuurmonumenten, Brabants Landschap, de Gemeente Tilburg. De schapen houden het natuurgebied open. Bram en Dana lopen op dit moment als ZZP-er in opdracht van De Lachende Ooi met ongeveer 250 schapen op de Cartierheide bij Hapert (Bram), en op de Lanschotse heide bij Middelbeers (Dana). De omgang met de dieren is volgens Dana en Bram in ieder land anders. In Engeland bijvoorbeeld worden de schapen niet permanent begeleid door een herder. Op gezette tijden rijdt daar een herder op een quad door de natuurgebieden voor een snelle controle.
‘s Morgens voor half 8 zijn Bram en Dana bij hun kudde en laten ze de schapen vrij uit het zogenaamde nachtraster. Daarbij kunnen ze de dieren een voor een controleren. (Dat was vooral afgelopen zomermaanden belangrijk, toen de kuddes geraakt werden door het blauwtongvirus). Vervolgens gaan de schapen met de schaapherder de hei op. De herder kan daarbij niet zonder de hulp van de herdershond. Schaapherders zijn dan ook erg zuinig op hun honden. De honden leggen soms wel afstanden af van 40 kilometer per dag!
Jan van Groenendaal is thans 88, maar hij vertelt nog altijd met trots hoe zijn vader 80 jaar geleden de Duitsers regelmatig te slim af is geweest. Jan woonde met zijn ouders, broer en vijf zussen op het eind van de oorlog in een langgevelboerderij aan de Houtsestraat, vlakbij de Loonse Molenstraat.




Gedurende de oorlog èn daarna woonde Lies Kuypers “op de Zandkant”. Ze was een dochter van Nol Kuypers en op het einde van de oorlog elf jaar. Ze had drie oudere broers en drie jongere zussen. “Er stonden in onze buurt maar een paar huizen”, zegt Lies, “o.a. van twee broers van mijn vader, ome Kees en ome Geert. Het was daar aan de rand van de duinen erg rustig en iedereen dacht dat we daar wel veilig zaten, omdat we daar zo eenzaam woonden”.
Het was natuurlijk spannend hoe ze hun huis aan zouden treffen. Dat viel gelukkig erg mee, maar er waren wel veel andere huizen en boerderijen aan de duinrand kapot geschoten en afgebrand. Nòg erger was, dat een buurman, Frenske Langenberg, bleek te zijn doodgeschoten. Frenske was, als een van de weinigen in de Zandkant, niet gevlucht toen de Duitsers kwamen. Waarschijnlijk zal hij zich wel in zijn huis hebben verschanst. Hij was ongeveer 65 jaar, vrijgezel en hij woonde daar samen met zijn zus.